Alopecia areata is een aandoening van het afweersysteem die gekenmerkt wordt door pleksgewijs haarverlies waarbij de huid niet verlittekent.
De afweer richt zich normaliter tegen lichaamsvreemde stoffen en organismen zoals virussen, bacteriën en splinters. Door een verandering in het afweersysteem richt de afweer zich plotseling op de lichaamseigen haarzakjes die daarbij de haren verliezen. Er ontstaan kale plekken. Aanvankelijk blijft de aanwezigheid van de haarzakjes in de kale huid waarneembaar, maar naarmate de afwijking langer voortduurt worden de haarzakjes kleiner. Alopecia areata komt voor bij ongeveer één op de 500 Nederlanders. Vrouwen hebben het vaker dan mannen en het komt vaker voor op jeugdige leeftijd dan op oudere leeftijd. Van alle alopecia areata patiënten heeft 60% de eerste aanval onder de leeftijd van 20 jaar.
Elk behaard gebied van de huid kan aangedaan worden, met uitzondering van grijze haren. Het beloop is onvoorspelbaar. Het ziektebeeld is geeft geen lichamelijke klachten maar leidt vaak tot bezorgdheid en angst bij de patiënt en de familie.
De oorzaak van alopecia areata is niet geheel bekend. Waarschijnlijk is er sprake van meer dan één oorzakelijke factor. De aandoening blijft afwezig zolang minimaal één van de oorzakelijke factoren afwezig is. Mogelijke oorzakelijke factoren zijn auto-immuun schildklierlijden, vitiligo, psychiatrische stoornissen en pathologische stress. Niet alle factoren zijn echt bewezen. Stress, bijvoorbeeld, wordt algemeen aangemerkt als een van de oorzakelijk factoren maar hiervoor is nooit wetenschappelijk bewijs geleverd.
Wanneer u zichzelf herkent in deze omschrijving of u maakt zich zorgen over uw haarverlies, maakt u dan een afspraak voor een consult met een van onze dermatologen. Zij kunnen een diagnose stellen en een behandelplan maken.

De meest voorkomende vorm van alopecia areata is de pleksgewijze vorm (afb. 1). Er ontstaan ronde of ovale kale plekken op de hoofdhuid, de huid van de baard of de armen. Als er veel van deze plekken zijn die ook met elkaar in verbinding staan is er sprake van alopecia areata subtotalis (afb. 2). Deze kan overgaan in een alopecia areata totalis als de gehele hoofdhuid onbehaard is (afb. 3). Als daarnaast ook haren op andere delen van de huid zijn verdwenen (wenkbrauwen, wimpers, armen, benen, oksels, schaamstreek) spreekt men van alopecia areata universalis.
Een bijzondere expressie is de vorm waarbij het haarverlies vanuit de nek naar boven voortschrijdt. Dit is een alopecia areata ophiasis (afb. 4).

Als het proces beperkt blijft tot één of enkele kale plekken valt de haaruitval niet zo op. Kenmerkend voor een acute alopecia areata (sub)totalis (afb. 5a) is de gelijktijdige uitval van extreem veel haren. Meteen na uitval van de haren toont de huid onder de microscoop duidelijke de uittreedplaatsen van de haren met daarbij vaak zogenaamde uitroepteken haren. Dit zijn haren met een lengte van enkele millimeters die aan de huidzijde dunner zijn dan aan het uiteinde (afb. 5b).

De diameter van de uittreedplaatsen is representatief voor de grootte van de haarzakjes. Hoe kleiner de uittreedplaatsen des te kleiner de onderliggende haarzakjes. Door de diameter van de uittreedplaatsen te volgen kan inzicht worden verkregen in de snelheid van het proces. Als het haarzakje door de auto-immuunreactie kleiner wordt, wordt ook de uittreedplaats kleiner. Het kleiner worden van de diameter van de uittreedplaatsen is van belang voor de beslissing om een actieve behandeling te starten. Afb. 6 toont het volledige herstel bij ongewijzigde grootte van de haarzakjes. Als bij aanvang van de behandeling de haarzakjes al verkleind zijn is volledig herstel niet meer mogelijk. De nog aanwezig haarzakjes zullen slechts korte, dunne haren produceren (afb. 7).
Alopecia areata is een aandoening van het immuunsysteem. Op zich is het een onschuldige aandoening maar het verlies van het haar en de onzekerheid over het verloop maken een patiënt met alopecia areata erg onzeker. Vrijwel altijd veroorzaakt alopecia areata stress en angst, die kan overgaan in depressiviteit. De behandeling is in eerste instantie gericht op het inkaderen van de problematiek, het reduceren van de angst en stress en het vastleggen en monitoren van de aandoening.
Als de aandoening na één jaar niet in remissie is kan een actieve behandeling worden overwogen. Een actieve behandeling kan sneller worden overwogen als blijkt dat veel haarfollikels in de loop van het eerste jaar substantieel kleiner worden. Ingrijpen vóór het einde van het eerste jaar is dan een reële optie omdat verder afwachten kan leiden tot blijvend verlies van de haarfollikels en dus tot blijvende kaalheid. Om het verloop van de aandoening in het eerste jaar te volgen worden overzichtsopnamen en microscopische beelden van de haarloze plekken vervaardigd. Op de microscopische beelden wordt de diameter van de uittreedplaats van de haren bepaald. Bij een afname van de diameter van de uittreedplaats neemt ook de diameter van het haarzakje af.
Hoewel onduidelijk is welke oorzakelijke oorzaken precies een rol spelen bij alopecia areata worden in de literatuur aanwijzingen gevonden dat de aanvulling van de normale voeding behulpzaam kan zijn bij het hestel van de aandoening. Het gaat daarbij om de vitaminen B5, B6, B8 en B12, ijzer (tweewaardig) en zink om het proces van alopecia areata te stoppen en herstel positief te conditioneren. Bij een herstel moet de huid plotseling veel haren aanmaken waarvoor specifieke stoffen zijn benodigd. Om een tekort aan deze stoffen te voorkomen wordt de voeding aangevuld met isoflavone, betasitosterol en L-cysteine.
1. Anamnese, klinisch onderzoek, bloedonderzoek. Vastgesteld wordt hoe lang de aandoening aanwezig is en welke factoren in de gezondheid van de patiënt mogelijk een oorzakelijke factor vormen.
2. Vastlegging en documentatie van de situatie.
2.1. Vervaardiging van reproduceerbare opnamen van de haarsituatie. Hierop geldt de oppervlakte van de onthaarde hoofdhuid als belangrijke parameter voor de ernst van de aandoening.
2.2. Microscopische opnamen van de huid op de onthaarde plekken worden vervaardigd om de gemiddelde grootte van de diameter van de uittreedplaatsen van haren te bepalen. In de tijd afnemende diameters duiden op verdere progressie van de afwijking en gelijkblijvende of groter worden diameters wijzen in de richting van stabilisatie resp. herstel.
3. Beoordeling van de activiteit van de aandoening: wordt progressie, stabilisering of remissie verwacht. Als progressie of stabilisering van de afwijking wordt verwacht kan gekozen worden voor een behandeling. Bij de keuze van de behandeling(en) is de leeftijd van de patiënt van belang. Dit resulteert in het volgende beslis- en behandelschema:
.
Intermedica KliniekDe Panoven 25
4191 GW Geldermalsen